Knoflook en uien horen in elke moestuin thuis. Ze zijn weinig veeleisend, houden lang goed en zijn onmisbaar in de keuken. Toch doen er veel misverstanden de ronde over de teelt — vooral over de juiste plantdata. Hieronder lees je precies wanneer en hoe je ze het beste plant.
Knoflook: planten in de herfst
Het meeste knoflook wordt in onze streken in de herfst geplant, meestal in oktober. Het ideale venster loopt van begin tot half oktober: de teentjes hebben genoeg tijd nodig om wortel te schieten (3-4 weken) voordat de vorst invalt, maar mogen nog niet boven de grond gaan uitlopen.
Kies de grootste, gezondste teentjes uit de bol. Gebruik geen knoflook uit de supermarkt — die is meestal behandeld om kieming tegen te gaan en komt vaak uit een heel ander klimaat. Gebruik bij voorkeur gecertificeerd pootgoed, of teentjes van een betrouwbare kweker uit de buurt.
Grondvoorbereiding en planten
Knoflook houdt van een matig zware, organisch rijke grond met een neutrale pH. Maak het bed minstens twee weken van tevoren klaar — spit, wied onkruid weg en werk goed verteerde compost erdoor. Gebruik geen verse mest: knoflook verdraagt dat niet.
Plant de teentjes met de punt naar boven, op 5-7 cm diepte. Houd 10-15 cm afstand in de rij en 25-30 cm tussen de rijen. Mulch na het planten met een laag stro of blad (5-10 cm) ter bescherming tegen vorst en om het vocht vast te houden.
Verzorging en oogst
Verwijder in het voorjaar, zodra de knoflook begint op te komen, de mulchlaag en geef een stikstofrijke bemesting. Breek in mei en juni de bloemstengels (de knoflookpijltjes) af, zodat de plant zijn energie in de bol stopt. De pijltjes zijn eetbaar en heerlijk gegrild of kort gebakken.
Knoflook is in juli klaar om te oogsten, wanneer het onderste derde deel van het blad geel en droog is geworden. Steek de bollen met een riek los, trek niet aan het loof. Laat de bollen 2-3 weken drogen op een schaduwrijke, geventileerde plek. Maak ze daarna schoon en bewaar ze koel en droog. Goed gedroogde knoflook houdt het uit tot in het voorjaar.
Knoflook: planten in het voorjaar
Heb je het herfstvenster gemist, dan kun je knoflook ook in het voorjaar planten — het beste in maart. Voorjaarsknoflook vormt kleinere bollen en houdt minder lang goed. Gebruik voor het voorjaar rassen die daar specifiek voor bedoeld zijn — herfstrassen die in het voorjaar worden gepoot, vormen geen goede bollen.
Uien: drie teeltmethoden
Uien kun je op drie manieren telen: uit poters, uit zaad of uit voorgekweekte plantjes. Elke methode heeft zijn eigen voordelen en ideale periode.
Uit poters (de eenvoudigste manier)
Een pootui is een klein uibolletje van ongeveer 1-2 cm doorsnede, verkrijgbaar bij het tuincentrum. Plant vanaf half maart tot half april, zodra de grond bewerkbaar is. Plant met de punt naar boven, net onder het oppervlak. Houd 10 cm afstand in de rij en 25 cm tussen de rijen.
Voordelen van poters: eenvoudig, snellere oogst (juli), betrouwbaar resultaat. Nadelen: hogere kosten, beperkte rassenkeuze, ze schieten sneller vroegtijdig in bloei.
Uit zaad
Zaai in rijen vanaf half maart. Uienzaad kiemt langzaam (2-3 weken): heb geduld. Markeer de rijen met stokjes, zodat je de jonge plantjes niet met onkruid verwart. Dun uit tot 8-10 cm afstand zodra de plantjes stevig staan. Oogst van augustus tot september.
Voordelen: goedkoper, ruimere rassenkeuze, uien die beter bewaren. Nadelen: trager, meer werk in de beginfase.
Uit plantjes
Voorgekweekte uiplantjes zijn vanaf april verkrijgbaar bij het tuincentrum. Het zijn jonge, uit zaad opgekweekte plantjes. Zet ze uit in een voorbereid bed, op 10-15 cm afstand. Deze methode combineert de voordelen van de twee vorige — relatief eenvoudig en met uien van goede kwaliteit.
Verzorging van uien
Uien willen een zonnige plek en een lichte, goed doorlatende grond. Ze houden niet van natte voeten of verse mest. Wied regelmatig — uien kunnen slecht tegen concurrentie van onkruid. Bouw het water geven af zodra het loof vanzelf begint om te vallen.
Oogst zodra het meeste loof is omgevallen en begint te vergelen. Laat de uien een paar dagen op het bed drogen in de zon (als er geen regen wordt verwacht), en droog ze daarna verder op een beschutte, geventileerde plek. Goed gedroogde uien, met een stevige, droge hals, houden het in netten op een koele plek tot in het voorjaar uit.
Vruchtwisseling
Plant knoflook of uien nooit twee jaar achter elkaar op dezelfde plek, en ook niet na andere planten uit dezelfde familie — daarmee riskeer je een opeenstapeling van ziektes in de grond. Goede voorgangers zijn vlinderbloemigen, komkommers of sla. Wacht minstens drie jaar voordat je opnieuw planten uit de knoflookfamilie op dezelfde plek zet.